Fase 1: laten zien dat je er bent
De eerste fase ging over bereik. We zetten de verhalen uit via LinkedIn, Meta en Google, gericht op werknemers in de Metalektro.
LinkedIn gaven we een eerlijke kans. Voor het brede bereik onder werknemers bleek het de duurste keuze, met de kortste kijktijd. Maar het kanaal deed onverwacht iets anders goed: het leverde positieve reacties op van directeuren van bedrijven in de Metalektro. Voor een organisatie die haar achterban aan zich wil binden, is dat mooi meegenomen. Het bereiken van de werknemer zelf ging beter en goedkoper via Meta en YouTube, en die les namen we mee.
Onder de streep: ruim 709.000 videoweergaven. En een scherp beeld van welk kanaal welke doelgroep raakt.
Fase 2: de verhalen doen hun werk
In fase 2 verschoof de focus naar verdieping. LinkedIn schroefden we terug. We gingen vol voor Meta en Google Video, met de portretten als motor van de campagne.
Video was met afstand het sterkste format. Waar een carrousel een doorklikpercentage van 2,78% haalde, zat video op 7,27%. En het waren juist de echte gezichten die het deden: Jimmy, Soerinder, Murat. Vakgenoten die de doelgroep meteen herkende. Want herkenning werkt. Zeker in een sector waar ontwikkeling al snel groot, formeel of afstandelijk kan voelen. Door echte werknemers centraal te zetten, werd het onderwerp kleiner, menselijker en dichterbij.
De campagne trok veel aandacht. Ruim 960.000 videoweergaven en zo’n 51.000 websitebezoeken, een stijging van meer dan 300% ten opzichte van het jaar ervoor. Het verhaal van Jimmy alleen al goed voor ruim 9.000 doorkliks naar de site.
De verhalen deden dus wat ze moesten doen: aandacht trekken, herkenning oproepen en mensen naar A+O brengen. En toen kwam de echte vraag.
Wel geraakt, nog niet op weg
Werknemers kwamen binnen, lazen de verhalen, keken de video’s. En haakten af.
Een goed verhaal kan iemand nieuwsgierig maken. Maar om daarna echt te beginnen, heeft iemand overzicht nodig, houvast en het gevoel dat die eerste stap niet meteen groot of ingewikkeld is. Dat laatste ontbrak nog.
Want we ontdekten iets dat verder ging dan de campagne zelf. A+O werkt aan een directe lijn met werknemers, maar die beweging vraagt meer dan communicatie alleen. Het oriënteren op ontwikkeling en het aanvragen van vergoedingen liep voor veel werknemers nog via HR, terwijl de campagne hen juist rechtstreeks activeerde. De ontwikkelgids, het startpunt voor wie aan de slag wil, bestond als online pdf. Die deed zijn werk, maar was nog lastig te vinden en te gebruiken. Ook de website legde nog veel nadruk op vergoedingen, terwijl een net geïnspireerde werknemer vooral wil weten: waar begin ik?
Belangrijk: er is hier niks weggegooid. De campagne bracht A+O precies wat fase 1 en 2 beloofden: stevige merkbekendheid op de werkvloer en honderdduizenden mensen die geïnspireerd raakten door een vakgenoot. Die basis staat. De campagne liet zien wat werkte. En wees meteen aan waar de winst zat: die eerste stap makkelijker maken.