Positionering belandt in veel organisaties bij marketing. Begrijpelijk, want marketing brengt het merk naar buiten. Maar daarmee ligt de vraag op de verkeerde plek. Positionering bepaalt namelijk waar je als organisatie je geld, je tijd en je mensen op inzet. Welke klanten je aanneemt en welke je laat gaan. Welke kansen passen en welke je voorbij laat gaan. Positionering is de kapstok waar die beslissingen aan hangen.
In een eerdere blog schreef ik over merken die volop bewegen maar niet groeien. Veel activiteit, weinig richting. Dit is de laag eronder: zonder een positionering die door de directie is gekozen, beweegt elke afdeling zijn eigen kant op. En dan is stilstand een kwestie van te weinig richting, hoe hard er ook gewerkt wordt.
Dus ja, positionering hoort bij de directie. Maar…
Kiezen doet de directie. Bepalen doe je samen.
Een positionering die alleen aan de directietafel ontstaat, mist de helft (of meer) van het verhaal. Letterlijk. De directeur kent zijn markt, maar mist de blik van de monteur die dagelijks bij de klant staat. De vragen die de servicedesk elke week terugkrijgt. Wat een klant écht doet twijfelen bij de aankoop.
Die kennis zit verspreid door de hele organisatie. En je hebt haar nodig, want een positionering draait om één vraag: welke plek kun je innemen in het hoofd en het hart van je doelgroep? Het antwoord ontstaat waar drie dingen samenkomen. Wat jou uniek maakt. Wat daarvan relevant is voor je doelgroep. En waarin je je onderscheidt van de concurrent.
Wat jou uniek maakt, weet je organisatie zelf. Relevantie haal je op bij de doelgroep, want die bepaal je niet aan de eigen tafel. En het onderscheid ten opzichte van de concurrent vraagt een blik van buiten, want een organisatie kijkt anders naar haar markt dan bijvoorbeeld wij dat doen. Wij zien patronen en witte vlekken die van binnenuit onzichtbaar blijven. Positionering ontstaat in dat samenspel: de kennis van de organisatie, de werkelijkheid van de doelgroep, en een frisse blik op de markt eromheen.
Daarom betrekken we bij het bepalen van een positionering altijd een dwarsdoorsnede van de organisatie. We doen dat omdat iedereen iets weet wat de richting scherper maakt. Meebeslissen is iets anders dan meedenken, en dat onderscheid bewaken we. De dwarsdoorsnede voedt en toetst. De directie kiest, draagt de consequenties en bewaakt de koers. Door mensen vroegtijdig te betrekken krijg je bovendien: een positionering die mensen herkennen, en een positionering waar een heldere keuze in zit..
En er gebeurt nog iets. Wie meedenkt, voelt zich eigenaar. De mensen die je betrekt bij het bepalen van de positionering, zijn straks de eersten die haar uitdragen. Draagvlak organiseer je niet achteraf met een presentatie. Het ontstaat aan de voorkant, op het moment dat je mensen vraagt mee te denken.